zaterdag 15 november 2008

Interview Nout Wellink door Joke Knoop en Anita de Haas

Gepubliceerd in Brabants Dagblad 7 juni 2008

Niet de bank, maar de bankiers moeten hun imago oppoetsen


Nout Wellink, president van De Nederlandsche Bank, krijgt op 12 juni een eredoctoraat aan de Universiteit van Tilburg. Een gesprek met de man die veel weet van geld en voor wie zwijgen goud is.

Door Joke Knoop en Anita de Haas



De centrale bankier van Nederland, Nout Wellink (64), is als een eiland van rust in een roerige financiële wereld. Hij is de stabiele factor in alle opwinding omtrent geld en banken. De president van De Nederlandsche Bank (DNB) wil boven alles vertrouwen uitstralen, temeer nu de kranten vol staan met onheilsberichten over de Amerikaanse kredietcrisis, instortende financiële markten en dalende economische groei. Wellink brengt vol overtuiging de boodschap dat paniek nergens voor nodig is.
In zijn werkkamer eet de topman pas laat in de middag zijn lunch: een boterham met tevredenheid. Hij kijkt verbaasd op als het door ons gevraagde glas water per abuis is veranderd in witte wijn. Bij DNB doen ze niet aan Bourgondische uitspattingen en geloven ze al helemaal niet wonderen. Het gebouw in Amsterdam is – afgezien van de veelgeroemde kunstcollectie - een bastion van nuchterheid met één opvallende frivoliteit: plastic zakjes met versnipperde oude bankbiljetten voor de bezoekers. Tekst op de zakjes: “Geld maakt niet gelukkig, gelukkig maken wij wel geld”.

Hebt u die zakjes bedacht?
“Nee. Het is een oud spreekwoord, waarop je met de bekende trivialiteiten kunt antwoorden: geld is handig en je past je mogelijkheden aan op je inkomensniveau. Natuurlijk, als je arm bent zit je in een ander proces. Toen ik student-assistent was, moest ik altijd aan het einde van elke maand 25 gulden lenen van de secretaresse. Waarom ik dat nooit heb kunnen oplossen, weet ik niet. Ik heb best krap gezeten, maar ik paste me aan. Ik at altijd bloedworst. Nu haat ik bloedworst, toen niet.”

U hebt een goede pensioenregeling, u had op uw 62e kunnen stoppen .U bent 68 jaar als u in 2011 stopt. Uw functie moet aantrekkelijk zijn.
“Dat is zo. Natuurlijk zijn veel zaken routine geworden, maar toch komt er voortdurend wat nieuws. De ABN-AMRO affaire was bijvoorbeeld professioneel heel interessant. Onze mensen hebben tot op zekere hoogte genoten van de financiele crisis omdat het professioneel het beste uit hen haalt. Dat staat los van hoe je er over denkt. Ik zal iedereen afraden een crisis te organiseren. Maar als er een is – laat ik het opgewekt formuleren – dan wil ik er graag bij zijn.”

Geld is handig om te betalen en om te belonen. Geld wordt ook gebruikt om falende topmensen te lozen.
“Ik ben tegen grote beloningen om iemand kwijt te raken. Ik ben tegen de bestaande bonussystemen. Maar als iemand een bonus in de vorm van aandelen heeft gekregen en hij wordt er achteraf rijk van, dan moet je dat niet veroordelen. Je moet het systeem aanpakken. Ik vind: als je directeur bent – en geen eigenaar - ben je gewoon een werknemer met een vast salaris. Dan rijst de vraag wat fatsoenlijke salarissen zijn en daarin speelt de globalisering een rol. Als het in de dominante Amerikaans Angelsaksische cultuur heel gewoon is om 80 miljoen dollar mee te geven, dan heb je hier een probleem. Bij onze multinationals zitten veel buitenlanders in de top. Waarom zouden die nog naar Nederland komen met een Balkenende-norm?”

Wat vindt u van de Balkenende-norm?
“Die vind ik idioot. Het stellen van een norm vind ik niet gek, maar het gaat me om het uitgangspunt. Het is de enige functie waarvoor geen markt is. De premier kan een voortreffelijke vent zijn, hij kan een kneus zijn. Het salaris van die persoon is door toevalligheden bepaald: in Europa zijn er grote verschillen. Dan is uitgerekend dat salaris bepalend voor de top van de publieke sector.”

Moeten de salarissen van politici in dit land omhoog?
“Ja. Ook de commissie Dijkstal is tot die conclusie gekomen. Maar dat vereist een zekere moed want je moet jezelf profileren. Volgens mij is dat verstandiger dan dat het salaris van de premier maatstaf is voor de hele publieke sector.” Wellink wendt zich tot zijn voorlichter: “Mag ik dit van jou zeggen?”

Komt het vaak voor dat u niet kunt zeggen wat u denkt?
“Dat klopt.”
Voelt u zich dan belemmerd?
Wellink schuift naar het puntje van de stoel, legt de armen op tafel en buigt naar voren. “Deze boodschap over de Balkenende-norm wou ik best een keer kwijt.
Ik moet wel oppassen met uitlatingen op mijn werkterrein, want het is heel simpel om de koers van de euro op te jagen of te laten wegzakken. Ik ben me daar voortdurend van bewust.”

U moet tegendraads opereren: als het goed gaat, moet u temperen en als het slecht gaat moet u optimistisch zijn.
“De mens is in zijn gedrag pro-cyclisch. Wat ik daarmee bedoel? Een voorbeeld: iemand wordt razend verliefd totdat blijkt dat het te veel van het goede was. Dan gaat hij scheiden en dan maakt hij overdreven ruzie. Je moet zien los te komen van de onderliggende realiteit: als het goed gaat moet de overheid sparen voor slechte tijden. Ik heb het gevoel dat alleen eekhoorntjes en bruine beren in Alaska daar goed mee omgaan. Die eekhoorntjes leggen eikeltjes apart voor slechtere tijden.”

Doet u dat zelf ook?
Ik ben spaarderig.
U hebt dus heel veel eikeltjes.
Lacht: “Ja, nou ja… Als ik dat beaam, krijg ik kritiek dat mijn salaris te hoog is. Ik realiseer me hoe dat uitgelegd kan worden.
Ik ben meer spaarder dan belegger, maar een spaarder belegt ook. Ik bemoei me niet met mijn beleggingen, dat laat ik aan iemand anders over. En ik ga er niet mee schuiven om de winst te maximaliseren. Bovendien gelden er strenge regels voor ons.”

U moet altijd recht in de leer zijn.
“Ik ben gewoon altijd braaf.”
Nou…, u vertelde bij onze binnenkomst dat u tijdens uw studententijd in Leiden in een gracht bent gedoken voor een fles wijn. Er lag een fiets in, een spaak doorboorde uw knie. U was 21 jaar. U moest anderhalf jaar tot uw nek in het gips liggen en u hebt er een stijf been aan overgehouden…
“Dat was mijn laatste onbezonnen daad en daar heb ik heel veel van geleerd.”

Gaat uw functie over geld of over vertrouwen?
“Geld is gestold vertrouwen. Het gaat over vertrouwen in de financiele sector en in ons geld. De centrale bank probeert dat vertrouwen te sturen door heel consequent te zijn, geen wilde avonturen uit te halen, voorspelbaar te zijn.”

Ligt u wel eens wakker als het om dat vertrouwen gaat?
“Nee, daar ben ik overdag voor ingehuurd. Ik ga de deur uit en ben de zorgen van kantoor kwijt. Ik heb dat altijd al gehad. Ik was thesaurier-generaal bij het ministerie van Financien in een politiek chaotische periode, het kabinet Den Uyl. Moest je om twee uur in de nacht weer zo nodig met waardevolle adviezen komen. Ik heb me aangewend de stekker er s‘avonds uit te trekken. Ik ga honderd procent voor het werk, maar als ik thuis ben, ben ik thuis.”

U wordt nu geconfronteerd met een crisis die in essentie voorkomt uit hebzucht.
“Het is niet alleen hebzucht. Ook andere dingen spelen een rol en dat is het fantastische innovatieve vermogen van mensen. De innovatie in de financiele sector is zo snel gegaan dat de leiding van de banken, de regelgevers en de toezichthouders het niet bij kunnen houden.
Het is een fundamenteel probleem. Innovatie is een bron van welvaart en vooruitgang. Innovatie moet je niet in de kiem smoren, maar wanneer geef je te veel ruimte? De gebroeders Wright waren nooit gaan vliegen als ze een brevet nodig hadden gehad. Als ze waren neergestort, had iedereen gevraagd wie de sukkels zijn die hen toestonden de lucht in te gaan.
Ruimte geven betekent risico nemen. In de financiele wereld is dat gepaard gegaan met de snelle opkomst van de technologie en de globalisering. Grenzen zijn verdwenen, regelgeving opgegeven. Wat nu gebeurt, is betreurenswaardig maar dankzij diezelfde innovatie hebben we de schok van 11 september overleefd en is de wereld weer gegroeid.”

Veel innovaties worden alleen bedacht om geld te verdienen.
“Dat is een verkeerde voorstelling van zaken. Bijvoorbeeld de hypotheken. Vroeger nam je die voor dertig jaar en loste je af met gelijke delen. Daardoor konden een heleboel mensen geen hypotheek nemen. Een innovatie is dat je na vijf jaar begint met aflossen, of dat de rente de eerste jaren heel laag is. Daardoor kunnen meer mensen een hypotheek nemen en dat is positief. Het is misbruik als de geldverschaffer zegt dat die man die hypotheek moet nemen, terwijl hij weet dat die persoon nooit een goede baan kan krijgen. Dat is in de Verenigde Staten gebeurd. Inderdaad, dan lopen toezichthouders achter de feiten aan omdat de innovaties zo snel gaan. Anderzijds waarschuwen we al jaren voor bepaalde ontwikkelingen. Zoals in de bijbel staat: gij kent dag noch uur. We zijn al in 1990 begonnen met regelgeving, maar wat het ene land nodig heeft, kan averechts werken in een ander land. Het is een ingewikkelde wereld. Er zijn mensen die de gecompliceerdheid gebruiken om zich te verrijken.”

Door dit soort zaken verliezen mensen het vertrouwen in banken.
“Ik denk dat het wel meevalt. Het vertrouwen in de banken is niet geschaad, omdat men ziet dat centrale banken en de overheid inspringen bij gevoelige zaken. Wel is het vertrouwen in bankiers gezakt, dus ik denk dat zij hun imago wat moeten oppoetsen. Overigens is er geen alternatief, je kunt je geld niet in een sok stoppen.”

Bent u trots op wat u bereikt hebt?
“Nee. Het is me overkomen. Nou ja, je moet er natuurlijk wel voor werken, maar ik heb nooit een doel gehad om dit of dat te worden.”

Uw leven telt zwarte bladzijden. U verloor op jonge leeftijd uw eerste vrouw, u hebt als jongeman in het ziekenhuis gelegen, u lijdt van kinds af aan zwaar aan migraine. Telkens krabbelt u overeind. Welke karaktertrek is daarvoor nodig?
“Niet opgeven. Bij tegenvallers in het leven heb ik de neiging, net als een hond uit het water, het van me af te schudden. Dat is geen verdienste, dat zit in je karakter. De een kan dat, de ander kan dat niet.”

Wat zijn uw grote passies?
“Mijn vrouw natuurlijk.”
Wat een correct antwoord.
“Ik ben heel correct.”
Uw passie na uw vrouw en kinderen?
“Tot mijn 40e jaar las ik elke dag een boek. Nu ik zoveel moet lezen in dit beroep, is lezen niet leuk meer en ik heb het te druk. Ik hou van knutselen, meubels restaureren maar dat is lang geleden. Ik behang graag, want dan zijn mijn gedachten elders. En tuinieren.”

U hebt de invoering van de euro begeleid. Rekent u nog om in guldens?
“Soms gebruik ik per ongeluk het woord gulden. En ik reken om bij hele grote uitgaven. Als ik iemand wil overtuigen dat het veel geld is, gebruik ik de gulden als argument. Bijvoorbeeld als mijn vrouw zegt dat het een goedkoop rokje is van máár 150 euro.”

Waar kunt u goed geld aan uitgeven?
“Ik geef niet zo veel geld uit. Ik ben altijd bezig... Aan een extra dingetje voor mijn computer, aan software. Anderzijds is mijn computer van 2001, die update ik. Ik koop wel dingen in het groot: vijf of tien paar sokken tegelijk en allemaal hetzelfde.”

Wat is uw gouden geldtip?
“Die geef ik niet.”

0 reacties: