Miet van Puijenbroek

(Deze artikelen zijn geschreven door Joke Knoop van Tekstbureau Westpoint voor het Brabants Dagblad)
TILBURG – Het was hoog tijd voor een standbeeld van Miet van Puijenbroek (1914-1999). Dat vinden de mensen die de legendarische Tilburgse van nabij gekend hebben. Op internationale vrouwendag 2009 is haar beeld van de hand van Margot Homan onthuld. Het beeld, een krachtige vrouw uit één stuk marmer, staat nabij de ingang van het Audax Textielmuseum. Vlak bij de boom die ooit door Miet is geplant, een mooie solitair dicht bij de straat, zoals ook Miet vaak als eenling moest opereren.
Symbolisch is ook de plaats van het beeld: bij de entree van het Textielmuseum, gehuisvest in het Mommers-complex dat zonder haar tussenkomst vermoedelijk gesloopt was. Miet was wethouder (1978-1982) en zag haar verleden om zich heen afgebroken worden. Ze heeft de spreekwoordelijke fundamenten gelegd voor het huidige museum.
Er ontspon zich in de jaren tachtig een landelijke discussie over het behoud van het industrieel erfgoed. In Tilburg ging het met name om het behoud van het Mommerscomplex waar nu het museum is gehuisvest. Dat gebeurde in een tijd dat de meeste Tilburgers vooral wilden slopen en niet aan hun harde textielverleden herinnerd wilden worden.
Miet van Puijenbroek had haar wortels in datzelfde verleden: dochter van een wever, als 14-jarige aan het werk als nopster en stopster bij Van Dooren & Dams op de Korvel, de fabriek waar de mondige arbeiders werkten. Het was ondenkbaar dat een Van Puijenbroek bij Van Diepen zou werken, waar de braverikken aan hun karige kost kwamen. Een Van Puijenbroek laat zich niet ondersneeuwen. Dat bleek al in de fabriek, later in de gemeenteraad, in de Katholieke Arbeiders Vrouwen (KAV), bij Provinciale Staten, als eerste vrouwelijke wethouder in Tilburg. Miet roert haar mond: onverbloemd, bij tijden onparlementair en altijd rechtstreeks en authentiek. Ze schroomt niet met aftreden te dreigen als het haar niet zint. “Ik heb nog nooit zoveel gevloekt als in mijn tijd als wethouder”, zal ze later zeggen.
In de wandelgangen wordt ze ‘Rooie Miet’ genoemd. Ze strijdt onvermoeibaar voor de rechten van de gewone man én vrouw. “Als ik nu twintig was, zou ik nog op de barricaden gaan. Het gevecht over de verdeling van geld zal ik voeren tot mijn dood toe”, zegt ze in een radio-interview. Een jaar na haar dood wordt ze uitgeroepen tot
Tilburger van de Eeuw.

Jose van Puijenbroek over haar zus:
‘Miet groeide op in een tijd
van de gedeisde Maria's"
Mensen die Miet van Puijenbroek hebben gekend, vertellen hieronder in een korte serie over hun ervaringen met deze legendarische Tilburgse vrouw. Als eerste Jose van Puijenbroek, de zus.
Ze schelen veertien jaar, de zussen Jose en Miet van Puyenbroek. Ze hebben nauwelijks hun jeugd gedeeld, maar toch weet Jose dat haar zus 'geen gemakkelijk kind' was. "Ze was levendig. Ze had een eigen wil. Dat is maar goed ook, want aan lamme goedzakken heb je niks. Wij groeiden op in een tijd dat vrouwen gedeisde Maria's moesten zijn".
Het hadden de woorden van Miet van Puijenbroek kunnen zijn: onverbloemd, recht voor zijn raap en strijdbaar. De vechtlust zit kennelijk in de genen van de familie.
"Een kind van trubbel in onrust", noemde Miet zichzelf. Ze is geboren in een woelige tijd, in 1914 aan het begin van de Eerste Wereldoorlog. Ze is het tweede kind van wever Van Puijenbroek. Het gezin telt negen kinderen: vier dochters en vijf zonen. Ze wonen in een huisje aan de Berkdijksestraat, dat al lang geleden afgebroken is. Moeder Van Puijenbroek wilde dat Miet na de lagere school, naailes zou volgen bij de Zusters van Liefde op Korvel. Jose citeert haar zus: "Het haalde geen donder uit." Miet schreef deze woorden neer in een boekwerkje waarin ze in 1955 terugkijkt op haar textielverleden. In dat jaar maakt ze de overstap naar de Katholieke Arbeiders Vrouwen (KAV), ze wordt vormingsleidster. "Eindelijk mijn kans om de textiel te verlaten. Als ik niet kan worden opgenomen in de staf en delen in de winst, dan heb ik het hier wel gezien", staat geschreven.
Weg uit de fabriek, die voor menig meisje niet meer dan een overgangsperiode was tussen lagere school en het huwelijksleven.
Jose heeft het drukwerkje en een bandje klaargelegd waarop een uitgebreid radio-interview met Miet. Want eigenlijk, vindt Jose, moet Miet zelf aan het woord komen. Ze glimlacht als ze de krachtige stem van haar zus hoort zeggen: "Ik was een herrieschopper. Ik stelde mijn eisen".
Wat Miet niet wilde, gebeurde niet. Die houding bepaalde haar leven. Het is Miet die in haar jonge jaren de andere stopsters overhaalt om overwerk te weigeren. En ze is van de partij als in 1953 de grote Tilburgse textielstaking uitbreekt. Liefst 4400 arbeiders leggen het werk voor vier weken neer. Er komt geen brood op de plank, de middenstand helpt een handje. "Ik heb nog nooit zo'n lekker brood gegeten", schrijft Miet.
Het leven in het grote gezin van de wever draaide om meer dan brood alleen. Jose: "Er wordt gezegd dat Miet pas van cultuur ging houden toen ze wethouder was. Dat is niet zo. We werden thuis gestimuleerd. Onze moeder was bedlegerig en las veel, mijn ouders luisterden naar klassieke muziek. We mochten allemaal een muziekinstrument leren bespelen". Voor Jose werd dat piano, voor Miet was dat de mandoline. Broer Frans doceerde geschiedenis aan de universiteit in Tilburg, werd later directeur van het Openluchtmuseum en bekommerde zich over de monumenten en het industriële erfgoed in zijn geboortestad.
Miet had een haat-liefde verhouding met de textiel: enerzijds koesterde ze de goede werksfeer onder elkaar waarbij ze menig keer de baas nadeed in zijn stofjas. Anderzijds noteert Miet: "de werksituatie, de onmacht, de willekeur van de bazen, de minachting van de Heren (zoals fabrikanten werden genoemd)". Ze volgt avondcursussen om zich te ontworstelen aan deze perspectiefloze situatie. Ze bekwaamt zich in vormingswerk, gezondheidszorg en maatschappelijk werk,. Na haar pensionering begon ze een studie filosofie. Bij de KAV hamert ze op het belang van zich organiseren, op het belang van de politiek om zaken te bereiken. In 1953 werd Miet door de Katholieke Arbeiders Vrouwen voorgedragen als gemeenteraadslid. In 1978 wordt ze wethouder van sociale zaken en cultuur.
Het waren woelige tijden: economische recessie, een vrouwen in een mannenbolwerk, fabrikanten die hun invloed deden gelden. Miet werd tegengewerkt, niet altijd serieus genomen. "Ze is uitgelachen toen ze eens pleitte voor schrobputjes bij nieuwe huizen. Dat was verschrikkelijk handig, dat wisten die mannen niet. Ze weet dat Miet de asbakken liet rammelen en met de vuist op tafel sloeg.
De meisjes Van Puijenbroek blijven ongetrouwd. Jose weet dat Miet een keer verkering heeft gehad. Ze lacht: "Miet maakte het uit nadat hij een brief had geschreven met 22 taalfouten". Miet schrijft daarover: "Zelf ben ik niet het trouwpad opgegaan. Ik had meer behoefte aan een andere vorm van ontwikkelen en zelfstandigheid. Daarbij had ik ook een vrijheidsdrang, waarin ik van huis uit zeker niet werd gehinderd."
Was Miet feministe? Jose schudt het hoofd: "Ze heeft nooit bij het feministische kamp willen horen. Dat haakse, Dolle Mina, dat was niets voor haar. Het ging haar om de emancipatie van mensen, op voet van gelijkwaardigheid, om verantwoordelijk en solidair zijn." Subsidie voor kinderopvang kreeg alles behalve een warm onthaal. Miet - vanaf 1953 gemeenteraadslid en van 1978 tot 1982 wethouder - begon dan steevast een betoog over de onwaardering van huishoudelijke arbeid en de economische waarde van het verzorgen van een gezin. Daar voegde ze overigens in één adem aan toe dat ze geen bezwaar had tegen moeders die er zelf voor kiezen buitenshuis te werken. Zelf wilde ze voor geen goud afhankelijk zijn van anderen.
Vindt Jose het niet lastig altijd in de schaduw van haar zus te staan? "Nee, Miet was haar tijd vooruit. ?Ze verdient waardering, ze verdient dit standbeeld. Ik ben trots op Miet."

‘Iedereen was een beetje huiverig voor Miet’
Riet Stokwielder werkte ruim twintig jaar nauw samen met Miet van Puijenbroek bij de Katholieke Arbeiders Vrouwen. Ze deelden hun kantoor.
Riet Stokwielder (94) uit Waalwijk en Miet van Puijenbroek moeten elkaars tegenpolen zijn geweest. Riet is een milde vrouw, zorgvuldig haar woorden wegend Miet was recht voor zijn raap en alles behalve diplomatiek. Toch konden ze het goed met elkaar vinden in hun gedeelde kantoorruimte bij de Katholieke Arbeiders Vrouwen (KAV) aan het Sint Annaplein. “Ik kende haar door en door en dan kan je veel van elkaar hebben”, verklaart Riek de goede verstandhouding.
De twee vormingsleidsters deelden van 1955 tot en met 1974 een kantoor van de Katholieke Arbeidersvrouwen (KAV) aan het Sint Annaplein.
De KAV nam na de oorlog een grote vlucht en richtte zich op de scholing van arbeidersvrouwen. Riet had er de touwtjes in handen en wilde er in 1955 een tweede leidster bij. Miet solliciteerde.
"Iedereen was een beetje huiverig voor Miet, maar ik wilde haar er wel bij hebben. Dankzij Miet was Tilburg al snel de grootste afdeling van het bisdom." Miet werd ook voorzitster.
De samenwerking groeide uit tot een levenslange vriendschap. Riet ontmoette Miet bij de katholieke jeugdbeweging, beiden waren achttien jaar. "Toen al voerde zij het woord. Ik was verbaasd en tegelijkertijd nieuwsgierig naar haar." Miet werd in 1953 door de KAV voorgedragen als raadslid. Miet nam voor de KVP (later CDA) zitting in de raad, als enige vrouw en als een van de weinigen met een arbeidersachtergrond in een decor waarin de textielfabrikanten de lakens uitdeelden.
In de jaren zestig overspoelde de tweede feministische golf de stad. De KAV huldigde het standpunt dat economische zelfstandigheid van de vrouw prima was, mits het gezin er niet onder leed. Dat standspunt is het gemeenteraadslid en later wethouder Miet van Puijenbroek wel eens verweten.
Achter haar bureau hoorde Riet alles over het politieke Tilburg. "Miet had het over Batavieren. Daar bedoelde ze de mannengemeenschap van de raad mee. Ze kon het niet uitstaan dat mannen meer te vertellen hadden." Miet was een en al politiek, aldus Riet.
"Bijna alle thema-avonden gingen over politiek. Ze heeft vrouwen enthousiast gemaakt voor de politiek. Met een groepje zorgde ze ervoor dat er meer vrouwelijke Kamerleden kwamen. Ze vocht graag. Ze wilde de baas zijn,. Haar gelukkigste tijd was de wethoudersperiode. Maar ze kreeg er te weinig aandacht en begrip. Ik ben blij dat er een standbeeld komt.”
“Dankzij Miet verslingerd aan hard rock.’
Wilbert van Herwijnen, oud CDA-politicus en wethouder, was beschermelinge van Miet van Puijenbroek. Dankzij haar raakte hij verslingerd aan hardrock.
Wilbert van Herwijnen koestert vooral warme herinneringen aan Miet van Puijenbroek, raadslid voor het CDA en de eerste vrouwelijke wethouder van Tilburg. Ze had sociale en culturele zaken in haar portefeuille. Hij was haar protegé, haar beschermeling. Zij was zijn grote voorbeeld dat een politicus met de poten in de modder dient te staan. “Ge kunt goed praoten uit de boekjes, maar ge kent de meense nie.” Dat kreeg ik van Miet te horen en ze nam me mee op sleeptouw. Vier maanden, bijna elke avond, naar buurthuizen. Ik kreeg verhalen te horen die ik nooit in nota’s had gelezen. Van haar heb ik geleerd dat je in de politiek wat kunt betekenen als je de stad goed kent. Zij wist alles en elke gewone Tilburger kende haar.”
Een van die bezoeken leidde naar Batcave, een club muziekliefhebbers die subsidie wilde om optredens te organiseren. “Miet stuurde mij er naar toe. Er trad een bandje op, Heaven to Hell. Wat ik hoorde was niet anders dan de muziek in Noorderligt. Toen bleek dat ze speciaal softe muziek speelden omdat ze dachten dat Miet er ook zou zijn. Ik ben twee weken later weer gegaan. Toen was het snoei- en snoeihard en ik was meteen liefhebber van hard rock.”
Hij leerde Miet kennen toen ze al gepokt en gemazeld was in de politiek, net wethouder af in een vechtcollege. In 1982 zat Wilbert als jonkie in de fractiecommissie sociale en culturele zaken die door Miet werd geleid. “Ik was nog zo’n verlegen jongetje”
Hij had verbindende kwaliteiten en hij had volgens Miet het hart op de goede plaats. Ze wees hem aan als opvolger. In 1986 werd hij raadslid, nadien wethouder. Momenteel verdient hij de kost als bestuurder bij de Bouwbond FNV. “Ik ga in de voetsporen van Miet, maar dan andersom”. Miets carriere begon immers bij de Katholieke Arbeiders Vrouwen, deel van de Katholieke Arbeiders Beweging, later NKV.
In 1953 werd ze raadslid, in 1990 stapte ze op. Het waren 37 bewogen jaren waarin Miet niet altijd serieus werd genomen. Uit de overlevering weet Wilbert dat haar maidenspeach als raadslid handelde over het zwembad aan de Ringbaan Oost. “Ze vond de afscheiding tussen de mannen en vrouwen te laag, er werd overheen gegluurd. Daar hebben we later nog smakelijk om gelachen.”
Op het bidprentje heeft haar broer Frans het prachtig verwoord: “een instinctief politica. Een vrouw die stond voor de zaak waarin zij geloofde: het goede in de ander. De politiek in, dat kon niet uitblijven. Soms met gramschap, maar veelal haar lust en haar leven.”
Wilbert van Herwijnen erkent dat Miet het niet makkelijk had. “Er werd raar aangekeken tegen een vrouw als wethouder en haar arbeidersachtergrond zal het moeilijker hebben gemaakt. Maar wat haar vooral parten speelde, is dat ze nooit een blad voor de mond nam. Ze sloeg met de vuist op tafel en dat in een fractie die werd gedomineerd door fabrikanten en middenstand. Ja, Miet is gepiepeld. Anderzijds moest de fractie haar wel serieus nemen, want ze was enorm populair.”
Miet was met veel voorkeursstemmen gekozen, ze was goed voor drie tot vier raadszetels. Dat was ze zich goed bewust getuige haar uitspraak: “Als wethouder was ik een moetje.”

Jan Doms over Miet
‘Miet was een zegen voor de kunst’
Miet van Puijenbroek heeft een kleine schare fervente fans, onder wie Jan Doms. In haar tijd als wethouder (1978-1982) was hij voorzittter van de Tilburgse Kunst Stichting (TKS). Ze hadden veel met elkaar van doen. Ze hebben nooit ruzie gehad. "We houden geen van beiden van smoesjes", verklaart Doms, die zijn kunstenaarschap combineert met het bureau LEF stadsdynamica voor advies op het terrein van stedenbouw, ruimtelijke ordening en ruimtelijke planologie.
Ze kwamen elkaar tegen in roerige tijden. Het was crisis, de werkloosheid was hoog. Niet het ideale klimaat om geld voor kunst los te peuteren en zeker niet in Tilburg waar bovendien het kleine kunstwereldje elkaar in de haren vloog. "Een stammenstrijd", zegt Doms. Een richtingenstrijd tussen (cultuur)ambtenaren en kunstenaars. Eerstgenoemden wilden een flinke vinger in de pap bij de educatieve activiteiten van kunstenaars. Tilburg liep destijds voorop bij het betrokken van onderwijs bij de kunst. Educatie stond voorop. De kunstenaars daarentegen, die deels hun onderkomen hadden in een stuk van het duvelhok, vonden dat hun vakmanschap centraal moest staan en dat educatie daarasan gerealiteerd moeten zijn. De kranten stonden er vol van.
In de krant stond ook een advertentie voor een nieuwe directeur van de Stichting Musische Vorming. Jan, die zowel kunst als educatie in zich heeft, wordt de nieuwe man en maakte een kennismakingsafspraak met de wethouder van cultuur: Miet van Puijenbroek. "Het bestuur wilde per se mee. Ik vond dat geen goed idee, want juist met hen had Miet moeite. Ze doet de deur open, zegt: ik heb een afspraak met hem. En doet de deur dicht." Uiteindelijk mogen de twee anderen binnen komen mits ze hun mond houden. Jan krijgt meteen te horen dat de wethouder de stichting heeft afgeschreven: te veel ruzie. Ze wil er geen geld in stoppen. Hij zegt: dat is mooi, heb ik net mijn baan opgezegd. Dan ga ik maar. En passant doet hij de groeten van zijn vrouw, de dochter van Miets bakker. "Het ijs is gebroken. Ik krijg te horen dat ik mijn gang kan gaan, dat voor november een (financieel) plan moet zijn." Hij slaagde erin 150.000 gulden los te krijgen.
"Miet was een zegen voor de kunst en de kunstenaars. Ze kwam op het juiste moment. Ze wist haar stem en het volk te verheffen. Tilburg was op zoek naar een andere identiteit, op zoek naar andere wegen dan de textielindustrie. In haar periode liep Tilburg voorop op kunstengebied." Omdat hij het niet kan laten: "Daar is niets meer van over. We hebben luchtballonnen en bloopers."
Jan gaat terug naar zijn eerste raadscommissievergadering, ergens in 1979. Eerst staat onderwijs op de agenda, in de tweede helft cultuur. Bij het laatste onderdeel vertrok iedereen. "Miet schaamde zich er voor. Zij zit aan de ene kant, ik aan de andere kant. Wat doen we ermee? Ik stel voor een omstreden stuk - ik weet niet meer wat - gewoon aan te nemen, dan zouden de commissieleden de volgende keer zeker komen. Zo gebeurde, ze waren woedend maar de volgende vergadering waren ze er allemaal."
Zoals gezegd, Jan Doms is een fervente fan: ""Miet was geen intellectueel, ze deed veel op basis van intuitie en ze had een goed verstand. Zo een als Miet is er nooit meer gekomen. Miet was de eerste wethouder die een cultuurnota schreef en dat was uitzonderlijk. De rest vond destijds een cultuurnota onzin, de ambtenaren vluchtten weg als het woord kusnt viel. In die nota ligt de basis van het museumbeleid, van het kunstenbeleid, van Kort, theaterwerkplaats De Muze. Ze is begonnen met de regeling dat een bepaald percentrage van nieuwbouwprojecten in een kunstenpotje ging. Ze had goed inzicht in de materie, beter dan al haar voorgangers en opvolgers. Haar voorganger Krens (VVD) had misschien een netter pak aan, maar die begreep ons niet. De PvdA was van het kaliber: Tilburgers hebben al een boek. Ze legde de prioriteit bij kunst. Haar opvolger Krosse (PvdA) roofde alles leeg wat CDA was en viel in het door Miet gespreide bedje."
Is er dan helemaal geen kritiek uit zijn mond te noteren? Verdomd weinig voor een man die evenals Miet geen blad voor de mond neemt. Natuurlijk, Miet was ongepolijst, "Miet en haar taal in het gemeentehuis was als vloeken in de kerk. Ik hou daar van: eerlijk zijn. Ze ging soms eerder lopen dan ze op het verkeer lette. Dan vielen er spaanders." Kreeg hij dan altijd zijn zin van Miet? "Nee, ik kreeg niet het bedrag waar ik omvroeg. maar dan telde ik mijn zegeningen en probeerde het ergens anders te halen. Ik zorgde wel dat ik mijn zin kreeg."
Miet kreeg een erepenning van de Tilburgse Kunst Stichting, het eerste eerbetoon dat haar ten deel viel. "Miet was een groot ambassadeur. Ze begreep kunstenaars, ze noemde kunstenaars artisans. Ze zag een kunstenaar als iemand die door vakmanschap zaken van immateriële aard inzichtbaar en beleefbaar kon maken. Ze kwam ook naar tentoonstellingen als ze geen lintje hoefde door te knippen. Ze vertrouwde mensen. Mijn subsidiebrief telde precies drie regels: Geachte heer Doms. Dit jaar is er een x bedrag beschikbaar. Tot ziens. Ik had geen subsidiecontract. Kom daar nu maar eens om. Omdat hij het niet kan laten: "Miet vond dat Tilburgers recht hebben op het beste wat er is. Miet zou zich nu omdraaien in haar graf. Ze zou zeggen: geef ze een schop onder de kont en laat de mensen het zelf doen."

Textielmuseum was het hoofdpijndossier van Miet
Miet van Puijenbroek stond aan de wieg van het Audax Textielmuseum Tilburg.
Vanaf morgen (zondag) is Miet van Puijenbroek niet meer weg te denken bij het Audax Textielmuseum Tilburg. Dan staat haar standbeeld vlak bij de ingang, met de blik op straat gericht."Ik wilde haar een plaats geven tussen de fabriek en de straat. Ze hoort bij beiden thuis", zegt Ton Wagemakers, directeur van het Audax Textielmuseum Tilburg. Zonder de legendarische politica en haar even onverzettelijke broer Frans (historicus en bekommerd om het industriele erfgoed) was er wellicht geen textielmuseum op deze plaats geweest. Het museum heeft heel wat voeten in aarde gehad, tot dreigen met aftreden toe. Miet was toen wethouder van sociale en culturele zaken, van 1978 tot 1982.
Wat het Midi-theater heden ten dage is, was het textielmuseum voor Miet. Het was haar hoofdpijndossier. Er was al het een en ander aan vooraf gegaan: een raadsenquete en een scheuring binnen het CDA (de geschiedenis herhaalt zich), na de plotselinge sloop in 1976 van de fabriek van Pieter van Dooren. Uit de raadsenquete blijkt dat het college informatie heeft achtergehouden. Op de puinhopen ontstaat de monumentencommissie met broer Frans als voortrekker. De commissie moest opboksen tegen publieke werken, tegen de fabrikanten die hun vastgoed wilden verzilveren, en tegen de publieke opinie die niet herinnerd wilde worden aan het harde textielverleden. Ton Wagemakers zit eveneens in de monumentencommissie, zijn vader is van publieke werken. "een vader-zoon conflict".
De monumentencommissie pleit voor het behoud van het industriele erfgoed. Het Mommerscomplex is dreigt gesloopt te worden. Op dat moment is Miet van Pijenbroek wethouder. Wagemakers jr. zit in de bestuurscommissie van het textielmuseum dat uit de villa aan de Gasthuisring is gegroeid.
De monumentencommissie slaagt erin de fabriek tot rijksmonument te laten verklaren. Ton: "Ik zie me nog zitten in een achterkamertje. Of er niet ergens geld gevonden kan worden om het gebouw te conserveren? Publieke werken ligt dwars en komt met astronomische bedragen voor de dag. Politiek volstrekt onhaalbaar. Miet zit daar, tandenknarsend. Ze dreigt met aftreden als ze geen steun van haar partij het CDA krijgt, waar de voorkeur uitgaat naar een missiemuseum.
We maken een goedkoper plan om Mommers te behouden. De raad gaat s nachts akkoord".
Ton Wagemakers leert in die tijd Miet goed kennen, al zullen ze nooit goede vrienden worden. :Ik heb veel met haar gelachen en knetterende ruzies gehad. ze had een gouden hart." Het gebouw is behouden, maar verwikkelingen traineren de zaak. Pas in 1983 is de financiering rond. Miet is dan al een jaar geen wethouder meer. "De mythe dat Miet het Textielmuseum tot stand heeft gebracht, klopt niet. Bij haar aftreden was er geen besluit en geen geld."
Haar opvolger Hans Krosse (PvdA), was als raadslid zeer kritisch over de plannen. Als wethouder pakt hij de draad op: in 1984 wordt de eerste steen gelegd, in 1985 wordt het museum geopend. Ton: "Tegen die tijd was de Tilburgse soap weggeëbt. De PvdA, ik was er zelf lid van, was destijds niet zo cultuur-minded. Misschien pakte Krossen het plan op om het CDA dwars te zitten of wilde de partij zich populair maken." Het tij was immers gekeerd: men zag het belang van behoud in, er waren subsidiepotten o.m. voor werkgelegenheid. Het museum kostte geen cent van de Tilburgse cultuurpot.
Samenvattend: :Het is een eindeloos gevecht geweest. . Het knappe van Miet was dat zij als eenling het gevecht aanging, zonder een Don Quichotte te worden. Niemand durfde haar aan te pakken. Terecht komt het standbeeld hier. Ze is textielarbeidster geweest, ze de mogelijkheden geschapen, de fundamenten gelegd. Dit beeld is van marmer groot, niet weg te duwen. Een beeld uit een stuk, ik denk dat Miet er wel trots op zou zijn."
0 reacties:
Een reactie plaatsen